Bestaat er een behandeling voor de ziekte van Pompe?

Personen met lysosomale stapelingsziekten kunnen niet voldoende specifieke enzymen aanmaken om het lichaam naar behoren te laten werken. Deze enzymen, die zorgen voor de afbraak van een groot aantal verschillende soorten stoffen, zijn helemaal niet of slechts in heel kleine hoeveelheden aanwezig.

Het resultaat is een ophoping van materiaal dat de normale werking van de cellen verstoort, waardoor organen worden aangetast, wat kan leiden tot levensbedreigende problemen.

Onderstaand schema legt de processen achter een lysosomale stapelingsziekte uit.

 

Onderstaand schema legt de processen achter een lysosomale stapelingsziekte uit

Klik op de afbeelding voor meer informatie over de ziekte van Pompe en enzymtherapie.

 

Bij de ziekte van Pompe is het lichaam niet in staat om het enzym alfa-glucosidase aan te maken dat nodig is om bepaalde afvalstoffen af te breken. Onderzoekers hebben een behandeling ontwikkeld om dat enzym in het lichaam te vervangen: enzymvervangtherapie.

Sinds april 2006 is in België enzymvervangtherapie beschikbaar voor de behandeling van de ziekte van Pompe.

Enzymvervangtherapie

Bij deze therapie wordt het ontbrekende lysosomale enzym vervangen door middel van infusies met een enzym dat erg goed op het ontbrekende, menselijke enzym lijkt.

De behandeling bestaat uit regelmatige infusies van het ontbrekende enzym om ervoor te zorgen dat de stofwisseling (metabolisme) weer normaal kan werken en dat de afvalstoffen zich niet langer ophopen.

Onderstaand schema legt de werking van enzym vervangende therapie uit

Onderstaand schema legt de werking van enzym vervangende therapie uit

Enzymvervangtherapie wordt eens om de twee weken gegeven, het toedienen van het infuus duurt een aantal uur (afhankelijk van het gewicht van de patiënt) en het wordt in het algemeen goed verdragen, met weinig bijwerkingen.

Er zijn steeds meer bewijzen dat hoe vroeger na de eerste symptomen de therapie wordt gestart, hoe beter de resultaten zullen zijn. Het verloop van de ziekte kan worden vertraagd of veranderd en late verwikkelingen kunnen worden vermeden, waardoor de levenskwaliteit van heel wat patiënten aanzienlijk kan verbeteren.

Hieronder staan diverse vormen van ondersteunende verzorging, die de levenskwaliteit van patiënten met de ziekte van Pompe kunnen verbeteren.

Voedingstherapie

Veel patiënten kunnen moeilijk een gezond lichaamsgewicht handhaven, omdat ze moeite hebben om te eten. Om dit probleem aan te pakken, schrijven veel dokters een gespecialiseerd dieet met veel proteïnen en weinig koolhydraten voor, waar een aantal patiënten baat bij bleken te hebben. [1, 2, 3] Dat dieet kan in bepaalde gevallen nog worden aangevuld met aminozuren (de bouwstenen van proteïnen).[4] Een voedingstherapie levert echter geen eenduidige resultaten op. Uit een studie in 1997 bleek dat slechts 25% van de patiënten met de ziekte van Pompe die een dieet met veel proteïnen volgden, een verbeterde ademhaling of skeletspierfunctie liet optekenen.[5]

Klik op de afbeelding voor meer informatie over de ziekte van Pompe en voeding.

 

Patiënten die moeite hebben om een gezond lichaamsgewicht te handhaven, hebben soms sondevoeding nodig opdat ze elke dag voldoende calorieën zouden opnemen. Sondevoeding kan ook aangewezen zijn wanneer een patiënt niet goed kan slikken of een beademingstoestel gebruikt. Sondevoeding kan toegediend worden via de neus, als het om een tijdelijke oplossing gaat, of via de maag, wanneer dat op langere termijn moet gebeuren. Sondevoeding is meer nodig bij patiënten die de ziekte al van jongs af hebben als gevolg van hun ernstige spierverslapping. Patiënten en hun familie raadplegen best hun dokter en/of een erkende diëtist(e)  die kan bepalen hoeveel calorieën zij dagelijks zouden moeten opnemen. Deze opname wordt bepaald door verschillende variabelen, zoals leeftijd, lichaamslengte en gezondheidstoestand.

 

Ademhalingstherapie

Vanwege de ernstige verslapping van de spieren die de longen ondersteunen, kan een dokter aan de patiënt ademhalingstherapie voorstellen. Veel patiënten met de ziekte van Pompe zullen uiteindelijk mechanische beademing nodig hebben om hun ademhaling te ondersteunen of over te nemen, en in acute gevallen zelfs om respiratoire insufficiëntie te bestrijden.

Mechanische beademingstoestellen zijn pompen die opgewarmde, bevochtigde lucht met wisselende druk naar de longen brengen. In bepaalde gevallen is een beademingstoestel in het begin alleen 's nachts nodig. Naarmate de ziekte vordert, is het echter mogelijk dat patiënten ook overdag steeds meer beademingshulp nodig hebben. Er bestaan verschillende soorten van beademingstoestellen en -methoden, afhankelijk van de behoefte van de patiënt en zijn vermogen om spontaan te ademen. Patiënten die sterk genoeg zijn om zelf te ademen, hebben misschien liever een beademingstoestel dat hun eigen ademhalingspatroon volgt. Anderen zullen een beademingstoestel nodig hebben dat zodanig geprogrammeerd is dat het in vooraf ingestelde cyclussen 'ademhaling' levert.

Patiënten van wie de ademhalingsproblemen steeds erger worden, beginnen meestal met niet-invasieve beademingstoestellen die lucht aanvoeren via een masker dat op de neus, op de mond of op allebei past. Het voordeel van dergelijke maskers is dat ze handig, draagbaar en goedkoop zijn. Patiënten kunnen deze toestellen pas gebruiken nadat ze uitleg gekregen hebben van hun dokter (meestal in het ziekehuis) of een ademhalingstherapeut (eventueel thuis). Die therapeut volgt de patiënt doorgaans gedurende enkele weken om ervoor te zorgen dat het masker goed past (geen lekken) en om de instellingen van het beademingstoestel bij te stellen. Beademing met behulp van een masker op het aangezicht is doorgaans niet geschikt voor patiënten met claustrofobie, kleine kinderen, patiënten met overmatige secreties of slikproblemen, of patiënten die een intensievere ondersteuning van de ademhaling nodig hebben.

In andere gevallen kunnen patiënten pas met mechanische beademing beginnen als ze voor hun respiratoire insufficiëntie in het ziekenhuis worden opgenomen. In die acute situaties zullen dokters de patiënt doorgaans intuberen; via de mond of de neus steken zij een buisje rechtstreeks in de trachea (luchtpijp). Bij die meer invasieve vorm van mechanische beademing kan er bewerkte en met zuurstof verrijkte lucht rechtstreeks naar de longen gebracht worden. Zodra de ademhaling opnieuw stabiel is, zullen de dokters de patiënten geleidelijk aan laten "ontwennen" van die ondersteunde ademhaling om te zien of ze weer helemaal op eigen kracht kunnen ademen, of toch gedurende een gedeelte van de dag.

Hoewel er geen definitieve richtlijnen vastgelegd zijn, kunnen patiënten, die gedurende langere tijd 24 uur per dag mechanische beademing nodig blijken te hebben, in aanmerking komen voor tracheostomie. Dit is een chirurgische ingreep waarbij vooraan in de keel een permanent luchtkanaal doorheen de luchtpijp gemaakt wordt.[6] Er wordt dan een buisje in de opening gestoken om lucht naar de longen te brengen. De meeste moderne ‘trachs’, zoals ze vaak genoemd worden, hebben kleppen die ervoor zorgen dat de patiënt kan praten wanneer die op het toestel is aangesloten. Met tracheostomie voelt de patiënt zich comfortabeler en is hij/zij beter in staat om aan de revalidatieprogramma's deel te nemen.

Een ander onderdeel van de ademhalingstherapie is IPPB (intermittent positive pressure breathing – intermitterende beademing met positieve druk). Die behandeling kan worden gegeven door een ademhalingstherapeut in het ziekenhuis, een kliniek of thuis. Tijdens deze 10 à 15 minuten durende ondersteunde ademhaling ademt de patiënt in via een mondstuk terwijl de IPPB-machine lucht in de longen perst om die open te zetten. De patiënt houdt gedurende een paar seconden de adem in alvorens traag uit te ademen en die werkwijze wordt herhaald tot de sessie ten einde is. IPPB helpt de patiënt dieper in te ademen en kan worden gebruikt om aërosolgeneesmiddelen, zoals mucolytica (slijmverdunners), toe te dienen aan de longen.

Lichaamsbeweging en kinesitherapie

Dokters kunnen ook een specifiek bewegingsprogramma voor patiënten met de ziekte van Pompe voorschrijven.[7] Wanneer de patiënt daar vroeg mee begint, kan hij zo in conditie blijven en zijn/haar kracht behouden. Voor de patiënt aan die oefeningen mag beginnen, zullen de dokters echter een aantal tests afnemen om de tolerantie van lichaamsbeweging te bepalen of om te bepalen welke inspanning de patiënt op dat ogenblik aankan. Op basis van die resultaten kan men dan een programma voor lichaamsbeweging opstellen, op maat van de behoeften en mogelijkheden van die patiënt. Dat programma spitst zich doorgaans toe op submaximale aërobe lichaamsbeweging, met bijvoorbeeld oefeningen op een loopband of een hometrainer. U moet altijd eerst uw dokter raadplegen vóór u aan een bewegingsprogramma begint.

Patiënten met de ziekte van Pompe kunnen ook baat hebben bij kinesitherapie. Via kinesitherapie kunnen jonge kinderen met spierverslapping leren hoe ze kunnen bewegen en interageren met hun omgeving. De kinesisten leren de ouders ook methodes die de groei en de ontwikkeling van een jong kind kunnen bevorderen. Naarmate de ziekte van Pompe vordert, kan kinesitherapie de patiënt helpen om te blijven bewegen en sterk te blijven zodat de dagelijkse activiteiten makkelijker verlopen en de ongemakken van musculoskeletale veranderingen tot een minimum beperkt blijven. De patiënt kan ook specifieke oefeningen doen om een grotere weerstand op te bouwen, zoals oefeningen voor de ademhalingsspieren. Deze helpen patiënten met een verzwakte ademhaling sterke ademhalingsspieren krijgen.

Er is ondersteunende apparatuur waar een kinesist een patiënt met de ziekte van Pompe mee kan leren werken. Veel mensen met verzwakte been-, bekken- en rompspieren gebruiken ondersteunende apparatuur om mobiel te blijven. Er zijn patiënten die baat hebben bij orthesen – braces die de enkel en de voet steunen of die over de knie worden aangebracht – terwijl anderen dan weer beter zijn met een wandelstok, een looprek of een rolstoel om op hun bestemming te geraken. Er bestaan ook nog andere hulpmiddelen om mobiel te blijven en om in huis te gebruiken, zoals een doucherolstoel of een tillift. Deze toestellen kunnen heel nuttig zijn voor de patiënt en zijn familie wanneer de ziekte verder gevorderd is. 

Klik op de afbeelding voor een getuigenis over de ziekte van Pompe.

 

Ergotherapie kan patiënten nieuwe manieren helpen te vinden om dagelijkse activiteiten en jobtaken te verrichten. Spraaktherapie kan ook nuttig zijn voor patiënten die moeilijkheden hebben om te spreken of te eten.

Klik op de afbeelding voor meer informatie over de ziekte van Pompe en woninginrichting.

 

Klik op onderstaande afbeelding voor meer informatie over de ziekte van Pompe en de kinesitherapie

Preventieve therapie

De preventie van infecties vormt een belangrijk onderdeel van de verzorging van patiënten met de ziekte van Pompe. Aangezien de meeste patiënten toch enige mate van respiratoire insufficiëntie hebben, zijn zij uitermate vatbaar voor longontstekingen. Elke infectie moet dan ook onmiddellijk behandeld worden vóór die een kritieke fase bereikt. Wordt een infectie toch erger ondanks alle genomen maatregelen, dan hebben patiënten vaak ademhalingsondersteuning nodig die hen door de periode van de verzwakte longwerking helpt die uit de infectie kan voortvloeien.

Referenties

  1. Slonim AE, Coleman RA, McElligot MA, et al. Improvement of muscle function in acid maltase deficiency by high-protein diet. Neurology 1983; 33: 34.
  2. Umpleby AM, Wiles CM, Trend PS et al. Protein turnover in acid maltase deficiency before and after treatment with a high protein diet. J Neurol Neurosurg Psychiatry 1987 May;50(5):587-92.
  3. Demey HE, Van Meerbeeck JP, Vandewoude MF, et al. Respiratory insufficiency in acid maltase deficiency: the effect of high protein diet. J Parenter Enteral Nutr 1989 May-Jun; 13(3): 321-3.
  4. Mobarhan S, Pintozzi RL, Damle P, et al. Treatment of acid maltase deficiency with a diet high in branched-chain amino acids. J Parenter Enteral Nutr 1990 Mar-Apr; 14 (2): 210-2.
  5. Bodamer OAF, Leonard JV, Halliday D. Dietary treatment in late-onset acid maltase deficiency. Eur J Pediatr 1997; 156: S39.
  6. Harrison’s Online. Chapter 266: Mechanical Ventilatory Support. The McGraw-Hill Companies. 2001-2001.
  7. Persoonlijke communicatie met Jennifer Hofstein, MS, RD, en Alfred Slonim, MD, aan het North Shore University Hospital Pediatric Endocrinology & Metabolism, Manhasset, New York.