Hoe wordt de ziekte van Pompe overgeërfd?

De ziekte van Pompe wordt via onze genen overgeërfd. Genen geven de instructies voor alle processen in ons lichaam en dus ook voor de productie van het enzym GAA. Iemand met de ziekte van Pompe heeft een defect in zijn of haar gen waardoor er onvoldoende of zelfs helemaal geen GAA geproduceerd wordt. Bovendien hebben sommige patiënten misschien wel voldoende hoeveelheden van het enzym, maar het enzym werkt dan niet zoals het zou moeten.[1]

Iedereen heeft twee exemplaren van elk van de genen die menselijk DNA bevatten. Eén wordt van de moeder overgeërfd en één van de vader. Nu u dat weet, is het makkelijker om u voor te stellen hoe mensen met de ziekte van Pompe geboren worden.

De ziekte van Pompe wordt overgedragen van ouder op kind en wordt beschouwd als een autosomale recessieve conditie. Autosomaal verwijst naar het feit dat het gen voor GAA zich op één van de 22 chromosoomparen bevindt die autosomen genoemd worden. Recessief betekent dat om de ziekte te krijgen een persoon twee exemplaren moet overerven van het abnormale gen, één van elke ouder. Mensen die maar één exemplaar van het abnormale gen hebben, worden dragers genoemd en vertonen de symptomen van de ziekte doorgaans niet.[1]

Maar het is niet omdat beide ouders drager zijn, dat elk kind ook automatisch de ziekte zal hebben. Dat komt omdat een drager-ouder één normaal gen en één abnormaal gen heeft. Als gevolg van die genetische 'loterij' zijn er vier mogelijke resultaten wanneer twee ouders die een abnormaal gen hebben een kind verwekken.

Overervingsschema bij de ziekte van Pompe

Vier mogelijke resultaten wanneer beide ouders drager zijn

  1. Het kind krijgt twee abnormale exemplaren van het gen mee, één van elke ouder.
  2. Het kind krijgt één abnormaal gen mee van de vader, één normaal gen van de moeder.
  3. Het kind krijgt één abnormaal gen mee van de moeder, één normaal gen van de vader.
  4. Het kind krijgt twee normale exemplaren van het gen mee, één van elke ouder.

Noot: de erfelijkheid van de ziekte van Pompe is niet geslachtsgebonden; mannen en vrouwen worden gelijk getroffen.

Wanneer beide ouders drager zijn, is er bij elke zwangerschap 25% kans (1 op 4) dat het kind twee abnormale genexemplaren zal krijgen en dus geboren zal worden met de ziekte van Pompe. Maar er is een even grote kans dat het kind twee normale genen meekrijgt en de ziekte dus níet krijgt. Als het kind maar één abnormaal exemplaar van het gen krijgt, zal het drager van de ziekte worden. Er is 50% kans (2 op 4) dat dit gebeurt. Dragers blijven doorgaans gezond aangezien het ene normale gen voldoende GAA produceert om lysosomaal glycogeen af te breken.

Klik op de afbeelding voor meer informatie over de ziekte van Pompe en zwangerschap:

 

 

Referenties

  1. Hirschhorn, Rochelle and Arnold J. J. Reuser. Glycogen Storage Disease Type II: Acid Alpha-glucosidase (Acid Maltase) Deficiency. In: Scriver C, Beaudet A, Sly W, Valle D, eds. The Metabolic and Molecular Bases of Inherited Disease. 8th Edition. New York: McGraw-Hill, 2001. 3389-3420.